Enkele cijfers

 

Familiaal geweld komt voor in alle sociaal economische klassen en binnen alle culturen. Slachtoffers zijn in de meeste gevallen vrouwen en kinderen, maar het geweld treft ook mannen, ouders en ouderen.

Familiaal geweld is wereldwijd één van de voornaamste doodsoorzaken voor personen in de leeftijdscategorie van 15 tot 44 jaar. Mensen lopen juist in het gezin de grootste kans om bedreigd, geslagen, geschopt, verkracht, ernstig lichamelijk mishandeld of vermoord te worden.

Prevalentie Wereldwijd

De wereldgezondheidsorganisatie onderzocht de omvang van partnergeweld. Over heel de wereld zou 30% van de vrouwen ooit slachtoffer zijn geworden van fysiek of seksueel geweld door de partner. De resultaten lagen het hoogst in Afrika, het Miden-Oosten en Zuid-Oost Azië, met percentages rond de 37%. Amerika volgt het gemiddelde met 29,8%. Europa en de landen in het Westen van de Grote Oceaan hebben een lagere prevalentie met ongeveer 25% (World Health Organization, 2013, p.16)

Prevalentie in Europa

Om een beeld te krijgen van de omvang van partnergeweld in de Europese Unie heeft het Europees Agentschap voor Fundamentele Rechten (FRA) een studie uitgevoerd in 28 lidstaten. Uit deze studie kwam naar voren dat 22% van alle vrouwen in de EU slachtoffer werd van fysiek en/of seksueel geweld door een (ex)partner. De cijfers van psychologisch geweld lagen nog hoger. Ongeveer 43% van de respondenten heeft immers een vorm van psychologisch geweld meegemaakt door een (ex-)partner. (European Union Agency for Fundamental Rights, 2014, p.15-23)

En hoe zit het in België?

In 2013 kwamen in België 162 mensen om het leven als een gevolg van partnergeweld. (Dat zijn bijna drie doden per week!) Bovendien ontving de politie dat jaar 61.028 meldingen van partnergeweld. In landen zoals Frankrijk en Spanje waar de populatiecijfers veel hoger liggen, zijn er veel minder meldingen van partnergeweld en sterven er minder mensen ten gevolge van dit geweld. In gewelddadige thuissituaties , worden in vier op de vijf gevallen ook kinderen blootgesteld aan geweld. In drie van de vijf gevallen worden ze zelf ook slachtoffer.

Bij de cijfers van het parket wordt de gender of origine van het slachtoffer niet genoteerd. We weten dus niet hoeveel vrouwen of mannen er respectievelijk slachtoffer van worden. Om dit duidelijker in beeld te brengen, verwijzen we naar een onderzoek dat het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen publiceerde in juni 2010: 'Ervaringen van vrouwen en mannen met psychologisch, fysiek en seksueel geweld'. In totaal werden 2.000 personen tussen 18 en 75 bevraagd.

Uit de cijfers van de studie blijkt de ernst van het fenomeen:

  • Geweld ervaren in de loop van het leven:
    Bevraagd over het geweld dat werd ervaren vanaf de leeftijd van 18 jaar, zegt 41,5% van de respondenten dat zij slachtoffer waren van verbaal geweld, 22% van intimidaties, en 15% van fysieke agressie.Vooral vrouwen zijn slachtoffer van seksueel geweld (5,6% van de vrouwen tegenover 0,8% van de mannen).
    Slachtoffers van geweld ervaren hiervan ernstige gevolgen. Hun gezondheid is minder goed dan die van de andere respondenten; ze kampen met name met slaapproblemen, angst en stress, of nemen hun toevlucht tot medicatie of drugs. Zelfmoordpogingen komen dubbel zo vaak voor bij slachtoffers dan bij niet-slachtoffers.
     
  • Partnergeweld:
    12,5% van de respondenten verklaart dat zij gedurende de laatste 12 maanden minstens één keer het slachtoffer werden van een gewelddadige handeling door hun (ex-) partner (14,9% van de vrouwen en 10,5% van de mannen).
    Binnen partnerrelaties blijkt vooral psychologisch of verbaal geweld veelvoorkomend te zijn:11% van de respondenten verklaart daarvan slachtoffer te zijn. 1,3% ervaart fysiek geweld in de partnerrelatie. Vrouwen worden vaker dan mannen slachtoffer van ernstig en zeer ernstig partnergeweld.
    Partnergeweld heeft belangrijke gevolgen voor de gezondheid van het slachtoffer. 15,7% van de vrouwelijke slachtoffers zegt fysiek leed te hebben geleden (tegenover slechts 1,1% van de mannelijke slachtoffers); ook de psychologische gevolgen zijn zwaar, vooral voor vrouwen.
    (Ongeveer de helft van de slachtoffers van partnergeweld spreekt met derden over de feiten: 64,8%
    van de vrouwelijke slachtoffers, tegenover 39,2% van de mannelijke slachtoffers nemen anderen
    in vertrouwen. Slechts 3,3% van de slachtoffers doet aangifte bij de politie.)
     
  • Geweld binnen de familiale sfeer:
    13% van de respondenten is de afgelopen 12 maanden slachtoffer geworden van verbaal geweld binnen de familiale sfeer (d.i. gepleegd door ouders, broers of zussen, enz.); 1,3% van psychologisch geweld.
     
  • Seksueel geweld ervaren voor de leeftijd van 18 jaar:
    8,9% van de vrouwen en 3,2% van de mannen is vóór de leeftijd van 18 jaar slachtoffer geworden van seksuele aanrakingen of seksueel misbruik. In het merendeel van de gevallen van seksueel geweld ervaren op minderjarige leeftijd, en voornamelijk bij de vrouwelijke slachtoffers, was de dader een familielid. Het gaat slechts zelden om een partner of vriendje/vriendinnetje.
    (Slechts 60% van de mannelijke slachtoffers, en 77% van de vrouwelijke slachtoffers, heeft hierover met iemand gesproken.)
    De gevolgen van seksueel geweld op minderjarige leeftijd zijn schrijnend: depressie, slaapproblemen en zelfmoordpogingen komen niet zelden voor.
     

Deze studie werd gerealiseerd door het Centre d’Etude de l’Opinion van de Universiteit van Luik, in samenwerking met het departement Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie van de Universiteit Gent en met de sociologe Anne-Marie Offermans.
De volledige studie is beschikbaar op de website van het Instituut en kan ook worden besteld in gedrukte versie.

  

(1) Justine van Lawick en Martine Groen, Intieme Oorlog, 2003