Slachtoffers

 

 “Drie keer reed ik het blokje om: ga ik nu weg of niet? Ik deed het”

Fanny (xx), slachtoffer van partnergeweld: “De eerste keer dat ik slaag kreeg, dacht ik: ik moet hier weg! Alles was net geregeld voor het huwelijk. Ons sprookje - huisje, tuintje, kindjes - kon en wou ik niet op het spel zetten … En toch wist ik toen al dat onze relatie fout zat. Ook mijn vader had me gewaarschuwd, maar ik wou niet luisteren.
 
Hij was mijn derde vriend. Derde keer, goede keer, dacht ik. Ik heb me 500 procent gegeven in die relatie. Ik wou deze keer niet falen. Ik hield van hem, en ergens doe ik dat nog altijd. Want ik heb óók zijn andere kant gezien: de behulpzame, lieve man die hij kon zijn.
 
Hij was ook heel charmant, een muzikant, altijd in voor een feestje. Maar thuis was het helemaal anders … Ik werd verliefd op hem omdat hij zo’n open geest had, maar zodra we gingen samenwonen moest ik van hem ‘de vrouw aan de haard’ worden.  
 
Ik dacht veel na over onze relatie: hoe was het zover kunnen komen? Had ik er zelf een aandeel in? Ik hoopte dat het zou veranderen. Sprak er ook met anderen over. Blijkbaar zaten veel mensen in zo’n relatie en was dat ‘de norm’?
 
Ik probeerde open met hem te communiceren. Al lachend kaartte ik soms iets aan, wat hij dan verkeerd opnam. Vooral als hij gedronken of drugs genomen had. Het ontaardde dan in roepen en tieren, verwijten, en soms ook klappen.
 
Eén keer was het echt serieus. Op café kregen we ruzie over zijn trui die hij kwijt was en die ik van hem moest gaan zoeken. Ik was aan het dansen en zei dat hij dat zelf ook kon. Hij werd ambetant. Ik ben naar huis gereden en liet hem daar achter. Ik sliep al toen hij thuiskwam. Hij maakte mij wakker, sloeg en stampte mij. Toen ik ’s morgens opstond, kon ik niet meer zitten. Ik vroeg hem: ‘Wat heb jij gedaan?’  ‘Ik heb niks gedaan’, zei hij, ‘jij beeldt je dat allemaal in.’
 
Nooit heeft hij voor het geweld verantwoordelijkheid genomen. Het was altijd mijn schuld. En op de duur geloofde ik hem! Ik had volgens hem ook een te grote mond en mocht alleen maar luisteren.
 
Ik was ook bang om na het werk naar huis te gaan: wat zou het nu weer zijn? Maar soms ging het ook een tijdje goed en dan geloofde ik weer in onze relatie. Tot er ineens weer problemen waren en alles opnieuw begon. Voor mij kon het zo niet verder. Ik kon niet meer ademen.
 
Ik heb geprobeerd samen met hem een oplossing te zoeken voor onze problemen. Ik zou even bij een vriendin gaan wonen en zien hoe het tussen ons verder kon. Maar dat wou hij niet. Hij zette me op straat. Drie keer ben ik met mijn fiets het blokje om gereden: ga ik hiermee door of niet? Ik heb het gedaan.
 
Ik heb daarna nog een keer geprobeerd een gesprek aan te gaan. Hij lag te wenen in de zetel, en eigenlijk maakte me dat blij. Hij had dan tóch gevoelens. Hij hield tóch van mij. Ik besef nu dat hij ook zijn moeilijke jeugd wellicht nooit heeft verwerkt.
 
Nooit hebben mijn buren of vrienden gevraagd wat er scheelde, of ze iets konden doen. Zelfs mijn huisdokter niet. Iedereen wist het nochtans, dat kon niet anders. Was er toen maar iemand tussengekomen, dan het was misschien nooit zo afgelopen. Maar veel mensen staat daar niet voor open, zijn bang om zelf in de klappen te delen ...
 
Nadat ik was weggegaan, ging ik bij een vriendin inwonen, maar het was financieel heel moeilijk. Toen belde gelukkig mijn vader dat hij mij wilde ondersteunen. Maar ondertussen was ik kapot, mezelf niet meer. Al onze vrienden hadden ook zijn kant gekozen. Ik was ‘de zotte’.
 
Ik wist ook niet wat ik nodig had. Ik heb nooit contact gezocht in het reguliere circuit, met het CAW of met een therapeut. Ik had schrik dat ze mij onder de pillen zouden steken of zouden denken dat ik gek was. Maar ik moest wel een oplossing vinden om me weer beter te voelen. Als ik bedacht wie ik vroeger was: goed in mijn vel, veel power ...  
 
Ik hou erg van muziek en dans. Zo kwam ik bij Agape terecht, een Centrum voor therapie, training en opleidingen in lichaams- en ervaringsgerichte psycho-therapieën. De therapeuten daar zijn ervaringsdeskundigen. Ik kon er mijn verhaal kwijt. Ze leren je emoties te tonen, je zelfrespect terug te vinden. Ik ga er nog altijd naartoe. Het is echt een thuis geworden. Ik sport ook weer, heb opnieuw een eigen stek en kan weer slapen zonder angst. 
 
Ik heb nog twee korte relaties gehad, maar dat was niet wat ik wou. Ik ben voorzichtig geworden. Ik kan niet meer zomaar iemand toelaten. Als er een nieuwe man in mijn leven komt, zal het helemaal goed moeten zitten. En voorlopig voel ik mij ook prima zonder partner.
 

 “De woorden van de buurvrouw deden me inzien dat het zo niet verder kon.”

“De eerste maanden dat mijn vriend en ik samenwoonden, ging alles goed. Toen begonnen de eerste ruzies. We kwamen er nooit uit. Praten lukte niet en ging al snel over in schreeuwen en met huisraad gooien. Dat gebeurde steeds vaker.
 
Op een avond kwam de buurvrouw aankloppen. Ze riep aan de voordeur: ‘Alles oké hier? Of moet ik nu de politie bellen? ’ Mijn vriend en ik schrokken en stopten met ruziën.
 
De volgende ochtend sprak ze me aan: ‘Wat ik gisteren hoorde, is mij ook overkomen. En het werd alsmaar erger. Ik kon er met niemand over praten. Ik ben meer dan eens mishandeld. Tot ik echt niet meer verder kon en hulp heb gezocht. Jij bent nog zo jong. Denk eens goed na over je relatie en blijf niet bij de pakken zitten. Je moet er zélf iets aan doen, niemand gaat het voor jou doen.’
 
Ik was erg onder de indruk van haar woorden. Dat gesprek heeft me doen inzien dat het zo niet verder kon. Ik heb de relatie met mijn vriend verbroken. Intussen heb ik een fijne nieuwe partner. En hebben we samen twee kindjes.”
 
 
 “Mensen kruipen soms in de slachtofferrol, en zeggen dat ze geen keuze hebben. Maar die heb je wel”
 
Ik was de jongste van drie kinderen. Mijn beide ouders waren alcoholverslaafd. Als mijn vader dronk, werd hij gewelddadig naar mijn moeder toe. Ik heb tijdens mijn kindertijd dus vaak partnergeweld gezien, en moest ook vaak vluchten voor zijn uithalen. Mijn moeder haalde me dan uit mijn bedje toen ze hem hoorde thuiskomen en snelde naar een schuilplaats, waar hij ons helaas steeds vond. Politie en ziekenwagen stonden meer dan eens aan onze deur. Vader die ermee dreigde zich op te hangen, moeder die beweerde dat ze het huis in brand zou steken: zulke dingen waren bij ons standaard. Tafels vlogen door de lucht met borden en potten erop, deuren werden kapot gestampt, auto’s in de prak gereden. Mijn vader heeft mij nooit geslagen, maar heeft wel enkele grenzen overschreden die niet mogen overschreden worden door een vader. Er is verder ook nog een vermoeden van seksueel misbruik, maar daar heb ik geen actieve herinneringen aan.
 
Samen met mijn moeder vertrok ik, toen ik in het eerste middelbaar zat. Het geweld bleef echter doorgaan, tot ik met mijn eerste vriendje ging samenwonen. Ik gaf mijn vader toestemming eens op bezoek te komen, op voorwaarde dat hij mijn moeder voor altijd met rust zou laten. Dat deed hij.
 
Er was het fysieke geweld door mijn vader, maar het psychische geweld door mijn moeder liet uiteindelijk meer sporen na. Vorig jaar heb ik veel gelezen over narcisme en zo ben ik tot de conclusie gekomen dat mijn moeder een narcistische persoonlijkheid heeft. Mijn hele jeugd en mijn verdere leven is getekend door haar psychologische en manipulatieve onderdrukking. Tot op de dag van vandaag blijft dat een gevecht, iets wat ik meedraag.
 
Door mijn problematische jeugd ben ik op een bepaald moment gecrasht. Hierdoor heb ik nooit een middelbaar diploma gehaald. Ondanks alles heb ik mezelf uiteindelijk toch een knap CV bij elkaar weten te werken binnen de bank, als boekhouder, bij Janssen Pharmaceutica en zelfs bij de Europese Commissie.
 
De relatie die ik had sprong af, omdat mijn vriend erg jaloers was. Hij verbood me zelfs vrienden en vriendinnen te zien. Daarna was ik een tijd alleen en best gelukkig. Mijn man leerde ik kennen toen ik een jaar in Griekenland ging werken. Hij was Albanees en na een korte periode van verliefdheid kwam hij naar België. Ik haalde hem op op de luchthaven, en meteen woonden we samen. Ik begon al snel twijfels te krijgen over deze relatie, maar ik ging door, ik vermoedde dat ik gewoon de plotse verandering nog niet zo goed verwerkt had.
 
In 2003 zijn we getrouwd en snel daarna was ik zwanger. Ik probeerde iets van deze relatie te maken, maar het was al lang niet meer leuk. Het cultuurverschil begon zich heel erg te tonen. Communicatie was er niet en elke fout werd bij mij gelegd. Elk jaar kwamen zijn ouders twee tot drie maanden logeren, maar ik mocht niet zeggen dat ik dat af en toe lastig vond, want dan was ik moeilijk. Hij verweet me ook lui te zijn, mijn huishouden nooit op orde te hebben. Zelfs toen ik twee kleine kinderen had, borstvoeding gaf én fulltime ging werken, bleef dit pestgedrag doorgaan.
 
Uiteindelijk was ik nog een schim van mezelf. Andere mama’s aan de schoolpoort maakten zich zorgen over hoe ik eruitzag. Drie jaar heb ik erover gedaan eer ik de kracht had om bij hem weg te gaan, maar toen begon hij me obsessief te controleren. Elke stap die ik zette, met wie, wanneer, hoe laat: het werd allemaal nauwlettend gevolgd. Sprak ik met een oude vriend af, dan bedreigde hij die. Ik heb mezelf twee keer laten opnemen, ik was helemaal op. Hoe donker mijn jeugd ook was, dit was emotioneel echt een gitzwarte periode. Hij is er ook in geslaagd mijn familie aan zijn kant te krijgen, hen zie ik nooit meer. Op kerst gaat hij daar vieren met mijn kinderen."
 
Nu, vijf jaar later, ben ik er fysiek nog steeds niet helemaal van hersteld. We hebben een week-weekregeling voor het co-ouderschap, maar telkens als ik mijn kinderen een week moet missen ben ik erg verdrietig. Zeker omdat ik weet dat mijn man met hen bij mijn vader gaat, en ik daar helemaal niet gerust in ben. Hij drinkt immers nog steeds. Ik heb mijn dochter verboden met mijn vader alleen te zijn, of bij hem in de auto te stappen.
 
Ondanks alles geniet ik intussen weer volop van het leven, en van mijn kinderen. De week dat ze bij mij zijn, ben ik hen helemaal toegewijd. We lachen wat af, praten heel veel. Misschien geef ik ze uit compensatie wel te veel liefde. Ze zijn alvast heel rijp voor hun leeftijd, en kunnen hun gevoelens goed duiden. Bij mijn ex-echtgenoot mag er over dergelijke zaken nooit gepraat worden, bij mij is er alle openheid.
 
Tot voor kort zat ik voortdurend in overleefmodus, nu wil ik daarmee stoppen en echt gaan leven. Sinds een paar maanden heb ik ook een fijne vriend, waar ik heel goed mee kan praten. Ik ben zo blij dat mij dit mag overkomen. Mensen kruipen soms in de slachtofferrol, en zeggen dat ze geen keuze hebben. Maar die heb je wel. Ik was vastbesloten het anders te doen dan mijn ouders, en ben daar denk ik in geslaagd. Ik wil nu iets gaan doen met al die vreselijke ervaringen uit het verleden, dan is het tenminste allemaal niet voor niets geweest. Ik wil met mijn ervaringen naar buitenkomen, hiermee andere mensen helpen. Welke vorm dit moet krijgen, weet ik nog niet precies. Ik wil alvast tonen dat de toekomst hoopvol kan zijn, als je bereid bent met jezelf en je verleden keihard aan de slag te gaan.”
 
(Dit artikel verscheen in Feeling)
 
 

Ik heb hem veel verlaten maar ook heel vaak terug een kans gegeven.”     

Als Mark zijn zin niet kreeg of zijn gelijk niet kon halen van me, kreeg ik wel is een fysiek tik. Hij kon het niet kroppen dat ik slimmer dan hem was. Zijn niveau bevond zich vaak onder de zeespiegel. Hij durfde dan aan mijn haar trekken, pitsen of duwen. Echt doorslagen dat deed hij niet omdat hij wist dat de politie dan zou ingrijpen. Hij was sluw genoeg om vaak net niet te ver te gaan. Psychisch ging hij heel ver maar dit kon ik niet bewijzen aan bv. de politie of mijn ouders.
 
Ik heb hem veel verlaten maar ook heel vaak terug een kans gegeven. Elke keer toen ik hem verliet, begonnen dezelfde rituelen. Hij begon me uit te schelden, te bedreigen en me te stalken. Hij maakte ook het leven van mijn familie zuur en dat was ook vaak een reden dat ik terugkeerde naar hem. Als ik terugging, dan liet hij mijn familie en vrienden met rust. Vaak dachten de mensen dat ik naar hem terug ging voor het financiële aspect. Het heeft ook lang geduurd voor ik effectief doorhad waarom ik hem zo veel kansen gegeven had. Natuurlijk moet ik ook echt van hem gehouden hebben anders tolereer je niet wat ik doorstaan heb. Hij was zo goed en manipulatief in wat hij deed. Hij zette je op een voetstuk, overlaadde je met complimenten en cadeaus. Daarna brak hij je als een porseleinen beeldje en ik was zo verslaafd aan het gevoel dat hij me gaf toen hij me op een voetstuk zetten. Ik deed er dan ook alles voor om een compliment, respect of echte liefde van hem te krijgen. Hij zou me nooit gedumpt hebben want hij wist dat hij macht over me had. De angst is nog niet helemaal voorbij. Nu nog heb ik soms nachtmerries. Dan zie ik hem seks hebben met verschillende prostituees en hij lacht terwijl naar me.
's morgens sta ik dan misselijk op. Ik ben geen dromenanalist maar dit bevestigt voor me een stuk het bedrog dat ik altijd vermoedde maar nooit kon bewijzen.
 
Dat ik alles voor hem zou gedaan hebben en dat ik mezelf zou blijven wegcijferen tot ik zou geëindigd zijn in de dood. Ik ben ervan overtuigd dat als ik bij hem zou gebleven hebben dat het niet goed met me afgelopen was. Ik heb terug leren leven en gelukkig zijn. Ik zie terug de schoonheid en het genot van de kleine dingen in het leven. Bij hem was het glitter en glamour in het zicht van de mensen maar achter de schermen was ik een zombie, alleen wist ik het nog niet.
 
Seksuele stoornissen
Seksualiteit heeft me altijd geboeid en ik ben ruimdenkend daarin. Als het me niet zou boeien, zou ik misschien abnormaal zijn. Ondanks dat ik openminded was, was ik zeer trouw aan Tom. In die relatie kon geen enkele andere man me boeien. Ik keek nooit naar andere mannen. Ik had enkel oog voor hem. Mijn leven draaide rond hem. Door Tom kon ik het laatste jaar van de relatie niet meer normaal seksueel contact hebben met hem. Op de moment zelf waren de seksuele betrekkingen goed maar daarna kwam het psychisch gedeelte naar boven.
 
Op één of andere manier lukt het hem altijd om me achteraf een rot gevoel te geven. Ik kreeg zelden een compliment enkel als we uit elkaar waren. Dan was ik Miss België voor hem, de vrouw van zijn dromen. Hij liet me daarna bijvoorbeeld links liggen. De dagen erna leek het of hij nog later thuiskwam dan anders. Ik had mijn lichaam gegeven, de mooie vagina, de “golden vagina” zoals hij ze altijd noemde en daarna zag hij me niet meer staan. Alsof ik enkel een mooie vagina en een lichaam heb maar meer niet. Ik heb ook een hart en hersenen. Ik probeerde dat aan zijn verstand te brengen maar hij deed alsof hij het niet begreep. Hij begreep het maar al te goed. Dat is het gevaarlijke aan hem. Hij deed zich soms heel dom voor maar was leep en manipulatief genoeg.
 
De voorlaatste keer toen ik met hem uit elkaar ging, heeft hij me op een bed gegooid. Hij huurde toen nog een decadente villa die ik voor hem moest regelen. Hij noemde zichzelf een machtige zakenman, de napoleon van Oost-Vlaanderen maar kon amper een eigen woning regelen. We hadden een grote ruzie gehad en hij brulde dat seks alles zou goed maken. Hij ging dus me op me liggen. Ik begon te roepen dat ik dit helemaal niet wou. Hij legde zijn hand op mijn mond en omdat ik in paniek was, kon ik ook niet goed ademen. Er gingen zoveel gedachten door mijn hoofd en de tranen rolden van mijn gezicht. Ik herinner me dat ik dacht dat ik dit nog wel had kunnen verwachten. We hadden al een hele tijd geen seks gehad omdat hij me psychisch mishandelde. Daarna begon hij me wild te kussen en dat deed geen deugd. Ik bleef huilen en slaagde erin mijn gezicht naar links te draaien. Ik bleef spartelen om los te geraken maar dat lukte me niet. Hij begon dus mijn broek los te maken. Ik denk niet dat hij ze ooit zo snel had losgekregen. Omdat ik serieus begon te roepen en te huilen, bedacht hij zich. Hij bedacht zich omdat hij schrik had dat de buurman me zou horen of omdat ik daarna misschien een klacht zou indienen. Hij heeft me dus niet verkracht maar wel aangerand. Hij is niet gestopt omdat ik het niet wou maar om andere redenen daar ben ik van overtuigd. Toen ik hem zei dat ik overwoog om naar de politie gaan, kneep hij heel hard in mijn been. Omdat ik toen schrik had dat de situatie zou escaleren, heb ik het dan maar zo gelaten. De politie nam de verklaringen trouwens niet meer serieus aangezien ik Tom al duizend kansen had gegeven… In een “normale” relatie brengt intimiteit je dichter samen. Tom slaagde erin om ons verder uiteen te drijven. Ik begon een afkeer van seks te krijgen en voelde me allesbehalve vrouwelijk. Op den duur ging ik niet meer met hem naar bed. Ik begon al na te denken op voorhand over dat gevoel dat ik na de seks zou hebben. Dat was de grootste afknapper. Het was zeer moeilijk voor me om achteraf dit allemaal neer te schrijven en in te zien.
 
Na Tom heb ik seksueel bij geen enkele man dat gevoel nog gehad. Natuurlijk zijn mijn grenzen ook hard bewaakt. Gelukkig kan ik al terug een lange tijd normaal seksueel functioneren. Ik heb mezelf terug graag moeten leren zien. Het was niet evident aangezien ik op een bepaald moment een afkeer had van alles wat intiem en lichamelijk was. Toch heb ik nooit medicatie willen nemen. Ik volgde wel therapie bij een psycholoog.
 
Geen enkele man of vrouw kan me ooit raken zoals hem. Ik heb dat echt gemerkt. Er is toch een stuk gevoeligheid van me verdwenen. Er zijn toch bepaalde aspecten van me die verdwenen zijn. Ik ben meer realistischer en minder romantisch dan vroeger. Ik geloofde altijd in de ware liefde. Nu geloof ik daar niet echt meer in.                    
 

 

Iedereen zag het, waarom deed niemand iets.”

Kijk hier naar een GETUIGENIS Ann groeide op in een gezin waar geweld en  alcohol een grote rol speelden.

 

“Het is tijd om eindelijk  de schaamte te overwinnen, de stilte te doorbreken, terug te vechten … ”

Ik wandel door de straat en kijk opeens recht in het arrogant grijnzende gezicht van de man die me ooit alles heeft afgenomen: mijn waardigheid, mijn zelfrespect, ja, zelfs bijna mijn leven.  Mijn hart klopt in mijn keel, ik voel zijn handen weer rond mijn keel, het touw wordt steeds strakker aangetrokken, ik onderga alles opnieuw.  Wijselijk probeer ik een hyperventilatieaanval te onderdrukken, want intussen ben ik toch sterker…  We zijn nu bijna twee jaar verder.  Het ergste IS al achter de rug.  Het is tijd om eindelijk  de schaamte te overwinnen, de stilte te doorbreken, terug te vechten… Ik wil dezelfde rechten als mijn dader! Het tart alle verbeelding, maar in dit land  heeft een verkrachter, moordenaar, stalker, vrouwenmishandelaar meer rechten dan ik! Ze lijken wel boven de wet te staan.
 
Met mijn verhaal wil ik niet enkel aandacht vragen voor mijn lotgenoten, maar ook de armzalige werking van ons rechtssysteem met het gebrek aan zowel mentale als institutionele ondersteuning aanklagen, evenals het ongelooflijk incompetente en ronduit grove gedrag van vele van onze politieagenten.  Slachtoffers zijn in dit land niet een maar drie keer slachtoffer: van hun dader, van het systeem en van diezelfde dader die donders goed weet dat het systeem je niet zal helpen en dus gewoon verder doet, tenzij je over genoeg financiële middelen beschikt om meteen een dure advocaat in de arm te nemen OF hooggeplaatste politieke en/of gerechtelijke vriendjes hebt.
 
Ik kom uit een goede middenstandsfamilie, opgevoed met het principe “blijf maar mooi met je twee voeten op de grond en klaag niet”. Ik heb een Master op zak en een boel buitenlandse ervaring. Ik heb een goede job en een eigen woning. Ik heb dit allemaal zelf opgebouwd, waardoor men mij eerder als de sterke zelfstandige jonge vrouw zou omschrijven die haar mannetje wel weet te staan staan in plaats van als slachtoffer. En toch, het meisje dat ooit met vurige  vastberadenheid zei “als een man ooit een vinger naar mij uitsteekt, zet ik hem meteen aan de deur”, moest uiteindelijk onder ogen zien en toegeven dat ze zelf een mishandelde vrouw was.  En geloof me, dit was een lange, harde innerlijke strijd. Ik weigerde mezelf zo te zien, rationaliseerde alles en verborg alles voor mijn vrienden, familie en collega’s. Een vrouw zoals ik wordt immers niet geacht zoiets mee te maken. Ik liet alles gewoon in stilte gebeuren, beet door en bleef vrolijk en opgewekt voor de buitenwereld. Ik dacht dat ik het alleen wel kon oplossen… tot het echt te erg werd en ik bijna alles kwijt raakte: mijn job, mijn huis, mijn zuurverdiende spaarcenten en vooral mijn leven.  
 
Het heeft me tijd en moeite gekost, maar zodra ik de knoop had doorgehakt, heb ik alles volgens het boekje gedaan: aangifte na aangifte.  Je moet toch eerst een lijvig dossier opbouwen vooraleer je ‘au sérieux’ wordt genomen. Desondanks werd ik meermaals op zo’n onheuse manier behandeld door agenten dat ik me klein en vernederd voelde en op de duur de moed opgaf. De uitspraak: “Ah, nu mevrouw uit de relatie is gestapt, moet ze per se haar vuile was komen buiten hangen”, spookt nog steeds door mijn hoofd. Het ging hier over een laattijdige aangifte die ik wilde doen inclusief een verklaring van het hoofd Spoed nadat ik in het UZA was opgenomen omdat mijn toenmalige partner me had proberen te wurgen – meer dan een jaar later pas in een bijkomend politierapport letterlijk opgenomen als ‘poging tot moord’.  De woorden van de arts achtervolgen me nog steeds: “Mevrouw kijk eens hoe u er aan toe bent, volgende keer bent u in het beste geval een oog kwijt, in het slechtste mogen we een lijk in ontvangst nemen.”  De keren dat ik met de tranen in mijn ogen, de wanhoop nabij het politiekantoor verliet zijn ontelbaar. Slechts twee maal werd mijn ex-vriend gearresteerd, voor een van de vele inbraken (op heterdaad betrapt) en een zware fysieke aanval op straat met doodsbedreigingen.  De eerste keer kwamen agenten me vertellen dat hij uit het politiekantoor was ontsnapt. De tweede keer - na een helse nachtelijke achtervolging, waarbij 8 stevige agenten nodig waren om hem te ‘pakken’ en in bedwang te houden – stond hij nog geen 7 uur later  alweer op vrije voet en begon de nachtmerrie opnieuw: stalking, achtervolgingen, inbraken, bedreigingen, enz.  Als ik mij een dure advocaat had kunnen permitteren, had ik een contactverbod kunnen aanvragen.
 
De lijdensweg die nadien begon, had ik me nooit kunnen voorstellen.  Zelfs nu, 2 jaar later, is die nog steeds niet voorbij… November 2013 werd ik voor het eerst ondervraagd, 6 uur aan een stuk, over alle feiten tot in het meest walgelijke detail. Over het geweld tijdens de relatie wijd ik liever niet te veel uit, ik kan enkel zeggen dat ik enkele malen mijn leven heb zien voorbijflitsen. De ene dag was al erger dan de andere: alle hoeken van de kamer heb ik gezien, de keren dat hij op mij sprong, de kleren van mijn lijf scheurde en me probeerde te wurgen kan ik niet meer tellen, pepperspray in mijn ogen, mes op mijn keel en ga zo maar door. Tijdens het verhoor gaf de inspecteur toe dat er in mijn dossier ongelooflijk veel fouten werden gemaakt, zowel door politie, het gerecht als het ziekenhuis …  maar wat moet ik daarmee?  Als excuus haalde hij aan dat het gaat om een eenmansdienst en hij overwerkt is.  Hierdoor blijven er net als ik veel vrouwen in de kou staan en ontspringen veel mannen de dans. Op dit moment is de man zelfs van dienst veranderd en staat er enkel een ‘maatschappelijk assistent’ ter beschikking.  Onbegrijpelijk!
 
Vaak nog krijg ik te horen: “Moest het om fraude tegenover de staat gaan, zat hij al lang vast.”  Ik mag al ‘blij’ zijn dat ik nog leef. Bovendien loopt de man die dit alles heeft veroorzaakt, die mijn leven voor altijd op een negatieve manier heeft beïnvloed nog steeds straffeloos rond. Hoewel men wist waar hij woonde en meermaals werd bevestigd dat hij effectief een psychopaat is, heeft men hem enkel per post ‘uitgenodigd voor verhoor’.  We weten allemaal dat iemand die zo gek is en zo veel op zijn kerfstok heeft, zich niet vrijwillig bij de politie zal aanmelden.  Momenteel ligt de zaak nog steeds bij de onderzoeksrechter, wordt mij gezegd dat hij niet te vinden is – terwijl niet enkel ik, maar ook vrienden hem al vaker hebben zien rondlopen.  De idee dat het gerecht hem zal zoeken, is ongetwijfeld een illusie. Intussen wacht ik nog steeds in onzekerheid een eventuele rechtszaak af en staat mij leven ‘on hold’.
 
Persoonlijk voel ik me ongelooflijk in de steek gelaten door zowel ons rechtssysteem als door de politie en politici in het algemeen.  Het is tijd dat er wordt toegegeven dat wij in ons beschaafde België kampen met een niet te overzien probleem op het vlak van vrouwenrechten en intra-familiaal geweld, dat wij op dat gebied enorm achterstaan op andere landen en er een chronisch gebrek is aan degelijke opvang voor vrouwen die in zulke situatie belanden, evenals aan opgeleide agenten; ‘tout court’ aan agenten die een vrouw ‘aux sérieux’ nemen als het gaat om verkrachting, stalking en geweld.  Er zijn ontelbare vrouwen die zich in een uitzichtloze situatie bevinden, die doorbijten, bang zijn of hun situatie misschien niet onder ogen durven te zien, het niet durven toe te geven, voor zichzelf excuses zoeken, … Dus zodra zij die stap hebben gezet om aangifte te doen, zouden zij waardig moeten worden behandeld in plaats van met tranen in hun ogen en de moed in de schoenen het politiekantoor te verlaten.
 
Het is schrijnend dat je bang moet zijn om als ‘slachtoffer’ van verkrachting, mishandeling, eender wat te worden gestigmatiseerd, terwijl het eigenlijk de dader is die door de maatschappij gebrandmerkt zou moeten worden. 
Ik kom hiermee dan ook naar buiten in de hoop dat medeslachtoffers eindelijk ook de stilte durven te doorbreken, zich niet beschaamd meer hoeven te voelen en zichzelf niet meer als schuldige beschouwen. Hoe meer hierover wordt gepraat, hoe beter we mekaar kunnen steunen en ervoor kunnen zorgen dat er inderdaad strengere maatregelen worden getroffen.  Dat de maatschappij eindelijk de DADERS gaat veroordelen in plaats van de vrouwen, die bang zijn dat hun naam, hun eer, hun carrière daardoor in het gedrang zal komen, want dat is net waar verkrachters en vrouwenmishandelaars op teren.  Dat de daders inderdaad in staat van beschuldiging worden gesteld en niet zoals nu nog TE vaak het geval is, vrij blijven rondlopen… alsof er nooit iets is gebeurd, alsof dit allemaal normaal is.

 

 

 “Soms krijg ik 5 kwetsende berichten op één uur”

De kinderen merken er niks van... Eénmaal heeft hij mij wel geduwd en dat had Remy wel gezien. Maar dat was maar éénmalig.  Meestal sms’t  David erg lelijke dingen naar mij. Shokkerende dingen... Hij vindt mij dan lelijk, lomp of vet, verschrompeld als een ‘oud wijf’. Soms krijg ik er zo wel 5 op een uur. Die berichten kwetsen vaak zo erg dat ik even moet apart gaan zitten in mijn slaapkamer. Ik durf hem er niet over aan te spreken omdat ik schrik heb dat hij dan effectief iets gaat doen. Als hij thuis is, gaat het meestal wel goed’

 

 “Ik weet dat het vroeg of laat altijd weer misloopt”

We hadden het vroeger heel goed samen. Ik was zo verliefd. Hij had geld en mogelijkheden en hij was heel lief voor Ronny die nu 9 is. Maar na een tijdje zag ik in dat hij nog zo jong en onverantwoordelijk was, nog een echt kind.  Ik heb de relatie dan maar gestopt en ben weer verhuisd met Ronny.  Hij was daar heel ongelukkig en boos om. Hij heeft mij verschillende keren geslagen en geduwd en soms heel hard. Ik ben toch al een paar keer naar de spoed moeten gaan. Toch kan ik hem niet vergeten. Ik laat hem ook altijd weer binnen. Soms roept Ronny dan dat ik hem niet mag binnenlaten en gaat hij soms voor de deur staan. Maar het is sterker dan mezelf.  Het is met mijn inkomen toch ook wel heel moeilijk om rond te komen en hij helpt dan nu en dan wel even. Dan gaat het weer even goed. Maar ik weet dat het vroeg of laat altijd weer misloopt. Die angst blijft …
 

 “Als papa dit zou weten”

Het begon allemaal met een videootje, gisteravond. Tim werd al een beetje zenuwachtig toen z'n moeder uit de videotheek kwam. 'Alleen met mama film kijken', dacht Tim, 'als dat maar goed gaat.' De film begon en Tims moeder zette nootjes op tafel. Ze was heel vrolijk en lag bijna onder de tafel van het lachen. Tim werd nerveus. 'Zo leuk is die film toch ook niet? Ik wou dat papa thuiskwam', dacht hij.
Halverwege de film werd zijn moeder heel stil en toen ineens kreeg ze het weer . . . Ze sleurde Tim van de bank en sloeg hem bont en blauw. Ze riep dat Tim egoïstisch was omdat hij de bak met nootjes had leeggegeten. Ze sloeg zo hard, dat Tim steeds harder moest huilen. Hij rukte zich uiteindelijk los en rende naar zijn kamer.

Tim kon die nacht nauwelijks slapen van de pijn. Hij hoorde zijn vader nog thuiskomen. 'Als papa dit zou weten', dacht Tim. 'Maar mama doet dit alleen als papa niet thuis is.'
Het is zaterdagochtend Tim wordt wakker. Hij probeert zich uit te rekken, maar zijn hele lichaam doet pijn van gisteravond. Tim hoort de buitendeur. Zijn ouders gaan naar de stad, dat doen ze wel vaker op zaterdag. Tim strompelt uit bed. 'Gelukkig hoef ik niet naar school vandaag', denkt hij. 'Maandag zullen die blauwe plekken wel weg zijn. Waarom doet mama dit toch? Doe ik iets verkeerd ofzo?'

 

Ik ben zonder eten naar boven gestuurd tot 's anderendaags.”

Ik doe altijd mijn best maar het is nooit goed genoeg. Als ik op de muziekschool een slechte toets maak, durf ik haast niet naar huis. Papa wordt dan woedend en scheldt me uit. Hij zegt voortdurend dat ik lui ben en mijn talenten niet gebruik. Gisteren kwam ik met een zes voor wiskunde naar huis. Hij gooide mijn pennenzak naar mijn hoofd. Ik heb hem nog nooit zo boos gezien. Ik ben zonder eten naar boven gestuurd tot 's anderendaags.
 

Op school vertelde ik telkens smoesjes: ik was gevallen, of ik kreeg per ongeluk iets van bovenop de kast op mijn gezicht”

Het ging niet zo goed tussen mijn moeder en mijn vader. Ze werkten beiden in de horeca en vader dronk veel. Bijna dagelijks deelde mijn vader klappen uit. Niet zelden kregen mijn moeder en ik er zo van langs en waren we zodanig toegetakeld dat we ons niet durfden laten zien. Op school vertelde ik telkens smoesjes: ik was gevallen, of ik kreeg per ongeluk iets van bovenop de kast op mijn gezicht Toen ik 6 jaar was is hij mij spelenderwijs gaan misbruiken. Het begon bij knuffelen en kittelen en dan spelletjes. Hij praatte me aan dat de spelletjes gewoon waren. 'Mijn dochter is mijn god', zei hij. 'Ik bescherm je'.

Eerst was ik blij met de aandacht van mijn vader. Je denkt dat hij van je houdt. Pas veel later, als je vriendinnen vertellen over hun eerste liefje, begin je te begrijpen dat je niet tongzoent met je vader. Als je dan duidelijk maakt dat je bepaalde handelingen niet leuk vindt, komt er steeds meer geweld en dreiging aan te pas. Als tiener verkrachtte vader mij verschillende keren per week. Op school wisten de leerkrachten niet hoe ze mij moesten aanpakken. Bij het minste werd ik agressief, zowel tegen jongens als meisjes en ook tegen de leerkrachten. Ik ging naar school om mijn zorgen te vergeten. Ik durfde niets zeggen. Vader was een sluwe vos, een man met twee gezichten. Zelfs mijn moeder wist van niets. Jaren heeft vader mij bedreigd. Als ik wat zou vertellen zou hij mijn moeder en mij iets 'aandoen'.